Preventie en sportmedisch onderzoek

Omdat sporters dus komen te overlijden door onderliggende hartaandoeningen, rijst de vraag of deze sporters niet met screening gered hadden kunnen worden.

De werkgroep “cardiovasculaire screening en sport” met vertegenwoordigers van ondermeer de Vereniging voor Sportgeneeskunde, de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, NOC*NSF en sportbonden, heeft – in navolging van een advies van de European society of cardiology - geadviseerd het zogenaamde “Lausanne” protocol te gebruiken voor tweejaarlijkse screening van alle Nederlandse sporters. Dit protocol houdt een medische vragenlijst, lichamelijk onderzoek en een hartfilmpje (ECG) in. De Wereldvoetbalbond heeft het “Lausanne protocol” verplicht gesteld voor alle voetballers in vertegenwoordigende elftallen.

Deze “harttest voor wedstrijdsporters” is door de Gezondheidsraad onder de loep genomen. In het jaarbericht bevolkingsonderzoek 2006 stelt de commissie: “ .. periodiek screenen op ‘stille’ hartproblemen bij wedstrijdsporters is van onbewezen waarde voor de preventie van plotselinge dood, heeft een risico op foutpositieve uitkomsten, overdiagnose en stigmatisering”. De commissie adviseert nader wetenschappelijk onderzoek naar plotse dood aan. Registratie, sectie en DNA-onderzoek van plotse doden bij sport wordt in dit verband genoemd.

 

Er zijn voordelen maar ook nadelen op te noemen van de harttest bij sporters .

 

 Voordelen

 

 “stille ziekten” ; hartstilstand kan soms als eerste symptoom optreden. Om de hartstilstand voor te zijn, zul je sporters die geen symptomen hebben ook moeten testen.

 

Verhoogd risico door sport; Sporten is uiteraard gezond en verlaagt juist de kans op hart- en vaatziekten. Sport kan echter op een "ziek" hart als een trigger werken.  

 

In Italië heeft men wetenschappelijk onderzoek gedaan naar plotse dood en sporten. Zij hebben een een daling van het aantal slachtoffers geconstateerd bij een toename van afkeuringen van sporters bij screening. Er vielen dus minder slachtoffers na invoering van het screeningsbeleid.

(↑afkeuring door invoering verplichte screening : ↓ aantal slachtoffers)

      

Nadelen

Plotse dood komt niet vaak voor. Het aantal doden per jaar is laag (schatting is rond 200-300 per jaar in Nederland) terwijl het aantal sporters in Nederland erg hoog ligt. Heeft het nut om die hele grote groep sporters te screenen ter preventie van een accident die weinig voorkomt?

(↓ incidentie : ↑aantal sporters)     

 

Sensitiviteit en specificiteit laag → "vals positieve uitslagen"
Dit wil zeggen dat de testresultaten niet altijd betrouwbaar zijn. De test kan 'positief' (dus 'ziekte aanwezig') aangeven terwijl in werkelijkheid er geen afwijkingen zijn. Hierdoor zouden vele sporters onterecht gediskwalificeerd kunnen worden. Daarnaast bestaat de kans op "vals negatieve uitslagen". De test geeft aan dat er geen afwijkingen zijn terwijl in werkelijk wel een ziekte aanwezig is. De sporter wordt dan dus ten onrechte gerust gesteld.

  

Het is voor veel aandoeningen niet bewezen dat het stoppen met sporten een juiste beslissing is. Voor sommige aandoeningen blijft het risico op plotselinge hartstilstand hoog.

 

De kosten van het screenen zijn heel hoog. Als je deze kosten bekijkt samen met de effecten van de test krijg je de zogenaamde "kosteneffectiviteit". De kosteneffectiviteit geeft aan welk effect binnen een bepaald kostenplaatje haalbaar is.

Voor het screenen van sporters om een mogelijke hartaandoening op te sporen ligt de kosteneffectiviteit zeer hoog!