Het Wolff-Parkinson-White-syndroom

 

Het Wolff-Parkinson-White-syndroom is een aangeboren afwijking waarbij er een afwijkende electrische verbinding bestaat tussen de twee delen van het hart; de boezems en de kamers.
Normaal worden de boezems en de hartkamers door bindweefsel van elkaar gescheiden en lopen elektrische prikkels via bepaalde kabels (geleidingsbanen) van de boezems naar de hartkamers. Daardoor trekken de boezems en de hartkamers zich na elkaar samen.
Bij het Wolff-Parkinson-White-syndroom zorgt de extra verbinding tussen boezems en hartkamers ervoor, dat de hartkamers zich te vroeg samentrekken en een heel snelle hartslag ontstaat.

Klachten

Bij het Wolff-Parkinson-White-syndroom klopt het hart heel snel - soms boven 200 keer per minuut (normaal is 60 tot 100). De patiënt ervaart de versnelde hartslag als hartkloppingen. Doordat de bloedtoevoer naar de hersenen is verminderd als de hartkamers zich zo snel samentrekken, kan er sprake zijn van duizeligheid en flauwvallen.

Hoe wordt Wolff-Parkinson-White-syndroom vastgesteld?

De diagnose van het Wolff-Parkinson-White-syndroom wordt gesteld aan de hand van de medische voorgeschiedenis en een lichamelijk onderzoek van de patiënt en het hartfilmpje (ECG).

Welke behandeling is mogelijk?

Met behulp van een operatie kan de extra geleidingsroute ongedaan worden gemaakt of er kan gekozen worden voor behandeling met medicatie.


 


Back